Niet iedere week verder en harder — geleidelijk de duur uitbreiden, en vooral een lichaam opbouwen dat langdurige belasting aankan en er snel genoeg van herstelt.
stap voor stap, niet in een keer
Gemiddeld ~23 km/u, buiten.
Stap voor stap de afstand opgerekt.
109 km, 5:09 uur, geen hongerklop.
Rouvy, 3:13 uur — en 65–77 km buiten als vaste afstand.
drie lessen tot nu toe
Een rit van 60 km voelt niet meer als dé lange rit — het is een training geworden. Dat betekent niet dat alles harder moet: een gezellige rit naast iemand anders, twee uur kletsend, kan minstens zo waardevol zijn als een rit op vermogen en hartslag. Voor The Ride telt vooral de aerobe basis.
is de nieuwe “gewone” training — geen bijzondere lange rit meer.
24 km/u gemiddeld klinkt niet bijzonder — totdat een groot deel tegen de wind in gaat. Op de terugweg draaide dat om en gingen de snelheden vanzelf omhoog. The Ride vindt niet plaats onder ideale omstandigheden. Soms is de tegenwind precies de training.
Mijn benen kunnen vaak meer aan dan mijn nek en rechterschouder — vooral bij wind. Als de benen 160 km aankunnen maar de nek na 70 km klaar is, is er alsnog een probleem. Bikefit, mobiliteit en kracht worden daarom net zo veel onderdeel van de voorbereiding als conditie.
Ik ontdek de problemen nu.
Niet in juni.
niet harder, wel langer
Daarna oefenen met twee lange dagen achter elkaar — want dat is waar The Ride om draait: niet hoe fris ik na één mooie rit thuiskom, maar of ik de volgende ochtend opnieuw kan fietsen.
Een weekend in de Ardennen — klimmen is een ander verhaal dan kilometers door de polder.
“Ergens onderweg wil ik ook kennismaken met een brevet- of mini-ultra-achtige rit. Niet omdat het moet — puur om te ontdekken waar de grens ligt.”