Training

Van 35 naar 90+ kilometer.

Niet iedere week verder en harder — geleidelijk de duur uitbreiden, en vooral een lichaam opbouwen dat langdurige belasting aankan en er snel genoeg van herstelt.

1. De opbouw tot nu toe

stap voor stap, niet in een keer

juli 2026

35 km

Gemiddeld ~23 km/u, buiten.

nadien

40–65 km

Stap voor stap de afstand opgerekt.

eind aug

Vuelta a Utrecht

109 km, 5:09 uur, geen hongerklop.

nu

91 km indoor

Rouvy, 3:13 uur — en 65–77 km buiten als vaste afstand.

2. Wat ik onderweg heb geleerd

drie lessen tot nu toe

Les 1 · Filosofie

Aerobe basis eerst. Snelheid komt later.

Een rit van 60 km voelt niet meer als dé lange rit — het is een training geworden. Dat betekent niet dat alles harder moet: een gezellige rit naast iemand anders, twee uur kletsend, kan minstens zo waardevol zijn als een rit op vermogen en hartslag. Voor The Ride telt vooral de aerobe basis.

60 km

is de nieuwe “gewone” training — geen bijzondere lange rit meer.

Les 2 · Wind is ook training

77 km richting de kust, tegenwind heen

24 km/u gemiddeld klinkt niet bijzonder — totdat een groot deel tegen de wind in gaat. Op de terugweg draaide dat om en gingen de snelheden vanzelf omhoog. The Ride vindt niet plaats onder ideale omstandigheden. Soms is de tegenwind precies de training.

77 km
afstand
24 km/u
gemiddeld

Les 3 · Niet alleen de benen

Nek en rechterschouder

Mijn benen kunnen vaak meer aan dan mijn nek en rechterschouder — vooral bij wind. Als de benen 160 km aankunnen maar de nek na 70 km klaar is, is er alsnog een probleem. Bikefit, mobiliteit en kracht worden daarom net zo veel onderdeel van de voorbereiding als conditie.

Ik ontdek de problemen nu.
Niet in juni.

3. De volgende fase

niet harder, wel langer

90–100
km, eerstvolgend
110–125
km, daarna
150–160
km, het doel

Daarna oefenen met twee lange dagen achter elkaar — want dat is waar The Ride om draait: niet hoe fris ik na één mooie rit thuiskom, maar of ik de volgende ochtend opnieuw kan fietsen.

Later

Een weekend in de Ardennen — klimmen is een ander verhaal dan kilometers door de polder.

“Ergens onderweg wil ik ook kennismaken met een brevet- of mini-ultra-achtige rit. Niet omdat het moet — puur om te ontdekken waar de grens ligt.”